Ruches
U kunt ruches maken met een enkele of een dubbele laag stof. Als u ruches op hoeken naait, verzamel de stof dan dichter op elkaar in de hoeken zodat de ruches soepel om de hoek liggen.
Voor ruches met een enkele laag:
Knip stroken van de voltooide breedte plus een naad- en zoomtoeslag. Naai kortere stoflengten aan elkaar om een ruche te maken die 2-2 ½ maal langer is dan de rand van het kledingstuk of het werkstuk. Als u een doorlopende ruche maakt, naait u met de goede kanten op elkaar over de korte einden van de ruche. Zoom één lange kant van de stof. Naai twee rijen rimpelsteken aan de beide kanten van de naadlijn op de andere kniprand. Trek de rimpelsteken op tot ze in de benodigde ruimte passen. Speld en naai ze vast.
Voor ruches met een dubbele laag:
Knip stroken van tweemaal de voltooide breedte plus naadtoeslagen. Als u een doorlopende ruche maakt, naait u met de goede kanten op elkaar over de korte einden van de ruche. Vouw doormidden en pers. Naai twee rijen rimpelsteken aan de beide kanten van de naadlijn op de andere kniprand. Trek de rimpelsteken op tot ze in de benodigde ruimte passen. Speld en naai ze vast.